Tandarts Edith Smeets

Mocht u op dit moment nog geen tandarts hebben dan zijn wij zeer verheugd u hierbij het volgende te kunnen meedelen:

Sinds eind 2017 is ons team versterkt met tandarts Edith Smeets!

Wanneer u geïnteresseerd bent in een eerste kennismakingsconsult verzoeken wij u om contact met ons op te nemen.

Artikel: Trouw IRIS PRONK– 1:33, 26 juni 2015

Op een dag besloot mondhygiëniste Edith Smeets (46): ‘Ik wil tandarts worden. Ik ga het doen.’ En ze deed het: vanmiddag om vier uur ontvangt ze haar tandartsdiploma aan het Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam (ACTA).

Dit heuglijke feit zou de krant niet halen als Smeets een doorsnee student was. Maar dat is ze niet: ze zit sinds 1995 in een rolstoel, nadat ze door een ongeluk verlamd raakte. Voor zover bekend is ze de eerste Nederlandse tandarts met een dwarslaesie.

Artsen verklaarden haar voor 80 tot 100 procent arbeidsongeschikt, een oordeel dat ze negeerde. “Ik snap niet waarom je niet kunt werken als je een dwarslaesie hebt.” Dus ging ze vanaf 1997 weer vier dagen per week aan de slag als mondygiëniste, een baan die ze ‘hartstikke leuk’ vond, maar waarin ze op den duur de uitdaging miste. “Tandarts zijn leek me veel leuker. Ik maak graag iets moois in de mond.”

Dus schreef Smeets zich in voor de studie tandheelkunde en na drie keer meeloten kreeg ze een opleidingsplek. Het was het begin van een jarenlange tocht over woest terrein. Want kun je wel tandarts worden als je verlamd bent vanaf je borst?

Velen dachten van niet, vertelt Smeets in haar Hilversumse woning: het zware beroep van tandarts is niet te doen vanuit een rolstoel. In de oefenkliniek van ACTA stuitte ze op allerlei barrières, zoals de boor: om die te laten draaien, moet je met je voet gas geven. Een aangepast apparaat liet lang op zich wachten. “En intussen ging het schooljaar gewoon door. Ik wilde geen vertraging oplopen, dus heb ik een brandblusser van de muur gerukt. Die zette ik op het gaspedaal. Dat ging prima op een fantoomhoofd, een nepkop waarop je oefent.”

Voor een levende patiënt was de boor-met-brandblusser minder geschikt, dus zocht Smeets zelf maar naar een technicus die speciaal voor haar een ‘handstuk’ ontwikkelde, waarmee ze nu wel naar hartelust kan boren.

“Zo moesten er nog meer beren worden neergeknald”, vertelt ze met gevoel voor understatement. Ze wil niet zeuren over de hobbels tijdens de opleiding, zeker niet op deze feestelijke dag. Van sommige docenten kreeg ze veel steun: eentje liet Smeets net zo lang aan zich sjorren, totdat het haar lukte om hem te vloeren en volgens de regels te reanimeren.

Als pionier met dwarslaesie had Smeets veel doorzettingsvermogen nodig. Zelf snapt ze niet waar ze dat vandaan haalde, want als middelbare scholier was ze een ramp. “Ik had helemaal geen zin in leren. Daarom dacht ik steeds: ‘Wanneer houdt mijn motivatie voor deze studie op?’ Maar dat gebeurde niet. Ik denk dat ik gewoon heel erg graag tandarts wilde worden.”

Mogelijk heeft ook de dwarslaesie haar geholpen met doorpakken. “Iemand in een rolstoel is geen perfect plaatje, ik moet steeds een drempel over. Als ik ergens binnenkom, denk ik: ‘Oh nee, iedereen kijkt, ik wil verdwijnen’. Maar ik heb geleerd me over dat gevoel heen te zetten. Dan zeg ik tegen mezelf: ‘Nou, klaar’.”

Na de diploma-uitreiking wacht een nieuwe drempel: solliciteren. Dat vindt ze ‘heel erg eng’: “Als ik niet word aangenomen, betrek ik dat voor een deel op mijn rolstoel, dat is kwetsend. Hoewel ik het me ook kan voorstellen, hoor. Er zullen aanpassingen moeten worden gedaan, misschien een wasbak of kraan verlaagd, en dat is lastig. En als ik wel word aangenomen, weet ik meteen dat ik met een fijn mens te maken heb.”

De ervaring van de afgelopen studiejaren geeft wel hoop op die leuke baan in een groepspraktijk die Smeets voor ogen heeft. “Alles waarvan mensen zeiden: ‘Dat lukt je nooit’, is wél gelukt. Als ze nu zeggen: ‘Dat had ik nooit gedacht’, zeg ik: ‘Ik wel’.”

Ongelukkige smak

In de zomer van 1995 ging Edith Smeets met een vriendin op vakantie in Mexico. Daar maakte ze een ongelukkige smak en ‘brak zo’n beetje alles wat er te breken viel. Ik had ook een klaplong, en naar later bleek een dwarslaesie’, vertelde ze achttien jaar geleden in Trouw. Dat verhaal, gepubliceerd op 11 januari 1997, ging over de acceptatie van een levenslange verlamming. “Je draait een knop om”, zei Edith toen. “Je kunt niet anders.”

 

Delen op: